Toekomstbeeld 2: De ketengestuurde veehouderij

Bij de toekomstbestendige ketengestuurde veehouderij bepalen maatschappij en consument de randvoorwaarden voor de dierlijke productie. Zij committeren zich aan de meerkosten daarvan. Het initiatief voor verduurzaming komt vanuit de keten. Met de samenwerking tussen de partijen onderscheidt de sector zich binnen Europa. De afzet van producten gaat via grotere kanalen en voor de Nederlandse supermarkt is het de standaard. Schaalvergroting is bij de ketengestuurde veehouderij een middel voor bedrijfscontinuïteit.
Kenmerken
- Ondernemen: regulier (= verbeterde bulk), geleidelijke groeier met personeel, diversiteit in productiewijze en ketenbinding, met afhankelijkheid van ketenregisseur
- Dier: aandacht voor welzijn, deels zichtbaar (bijvoorbeeld koe in de wei)
- Milieu: beperkt positief effect
- Mens: binding met burger via vraagkant producten, redelijke transparantie
- Landschap: gespreide ontwikkeling op bestaande locaties

135 reacties:
Niemand gelooft toch dat de consument zo'n grote bedrijfstak kan sturen.
Met redelijke transparantie wordt bedoeld dat de bedrijfsvoering en het houden van de dieren transparanter en dichter bij de burger zal staan dan in het geval van een concurrerende veehouderij. Het kan altijd transparanter; dat is het zorgzame scenario.
- "Het initiatief voor verduurzaming komt vanuit de keten."
Ik weet niet precies wie er allemaal bedoeld worden met die keten, maar het lijkt mij dat daar een hoop partijen in zitten die helemaal niet zo'n korte-termijn-belang hebben bij verduurzaming. En het is inmiddels wel duidelijk dat met name ondernemers korte-termijn-belangen bijna altijd voorrang laten nemen boven lange-termijn-belangen.
Of het milieu beter wordt van toekomstbeeld 2 is de vraag. Het gaat nu, mede dankzij de intensieve veehouderij, slecht met Brabant als we kijken naar luchtkwaliteit (fijnstof, zonoosen), bodem (vermesting) en oppervlakte water (verdroging). Als we kijken naar soortenrijkdom dan die gedaald is tot een luttele 13%! Op verbetering ervan biedt toekomstbeeld 2 geen zicht.
De prijs dient voor ieder in balans te blijven, de boer heeft als basisproducent met zijn kennis recht op een goede prijs.
Bij meer- en overproductie verliest hij zijn onvloed en wordt afhankelijk van de afnemers, immers voedsel kan niet lang bewaard blijven en moet weg/opgekocht en geconsumeerd
We vergeten onze jarenlange voorgeschiedenis over verbetering van mestproblematiek en prijsverbetering.
Geschiedenisdata zijn: Begin jaren tachtig de Interimwet van Minister Brakx, Lubbers en Brakx zagen in dat er wat gedaan moest worden aan de mestproblematiek. In 20 jaar zou hieraan gewerkt worden om oplossingen te vinden. We kennen daarna de mestheffingen, minder mest/fosfor/nitraat op de landbouwgrond, de inkrimping met (eerst 25%) later na acties 10% op niet grond gebonden bedrijven. In 1997 de varkenspest die meer dan een jaar heeft geduurd, daarna is de prijs nooit meer echt op peil geweest. Dan de mooie sociale regeling van de opkoopregeling van 2001-2004, waar boeren konden stoppen met een redelijke niet rooskleurige financiele vergoeding.(mestrechten ingenomen door overheid) Nu nog steeds is de mestafzet erg hoog voor de IV, een hoge kostenpost.
En daarnaast kunnen de megabedrijven profiteren van extra SDE-subsidie op mestvergistings installaties en krijgen extra mestrechten als men de mest buiten het land afzet.