Ondernemen

Bij ondernemen gaat het vooral over de al dan niet gevoelde noodzaak tot schaalvergroting. Dirk Bruins draagt bij aan deze discussie over de ideale grootte van de stal en wijst op het belang van goede communicatie: “Wanneer is een stal groot of mega? Per definitie als de omgeving het als zodanig ervaart. Een melkveebedrijf dat slecht in het landschap ingepast is en slecht communiceert wordt als TE groot ervaren. Een modern melkveebedrijf dat transparant communiceert en goed ingepast is in het landschap, kan misschien wel een schaalgrootte hebben die ver boven de norm van megastal reikt zonder als problematisch ervaren te worden.”

Wat vindt u van de opmerkingen van Dirk Bruins? Hoe zou die goede communicatie met de omgeving er uit kunnen zien? En hoe betrek je omwonenden bij de realisatie van een -wat grotere- stal (niet per definitie 'megastal')? Laat het ons hier weten.

Dier

Boerin Jenny vertelt haar persoonlijke verhaal:"Ik ben zelf een actieve koeienboerin. Ik ken bedrijven waar koeien in ouderwetse stallen hun tijd doorbrengen. Weinig licht, ruimte en ventilatie. Een koe in een ruime stal met ruime looppaden en optimale voermogelijkheden hebben het 10x beter. Of het er dan 200 of 400 zijn, dat maakt niet uit voor het dierenwelzijn. Een veehouder die de moed heeft en de capaciteiten om tot een aantal van max. 500 dieren te groeien zou ondersteund moeten worden i.p.v. steeds in de verdediging te moeten. […] De Ot en Sien tijd is voorbij, dat moet ook gelden voor de jonge agrariër die houdt van zijn vee (anders kun je dit soort bedrijven niet verantwoord runnen). Groeten boerin Jenny."

Wat vindt u? Heeft boerin Jenny een punt? En hoe kunnen we er voor zorgen dat het dierenwelzijn in stallen ook optimaal is? Uw reactie kunt u hier geven.

Mens

Olde Loohuis stelt dat “Er zijn megastallen waar veel dreiging van uitgaat maar ook veel megastallen die zeer goed en en zeer veilig en schoon werken. Waar gaat het dan wel om? We hebben in de provincie noord-brabant heel veel mensen en dieren en de getallen zijn dermate hoog dat het de kritische norm bereikt en misschien soms overschrijdt. Hoe gaan we daar mee om? Dat vraagt goede afstemming tussen de humane en veterinaire sector. En zorgvuldige normen. Zonder risico zal nooit mogelijk zijn. Maar misschien zijn qualitatief hoogstaande megastallen in mensluwe streken dan wel helemaal niet zo slecht.” 

Wat vindt u? Is het verplaatsen naar mensluwe streken een optie? Qua gezondheidsrisico is dat wellicht een goede ontwikkeling. Maar wat betekent dit voor transport? En dierenwelzijn? Onder welke omstandigheden zou dit nu wel een goed idee zijn? En onder welke omstandigheden niet? Laat het ons hier weten.

Milieu

Ook in het thema ‘milieu’ is een persoonlijk verhaal te vinden. Arjan Klopman vraagt zich af “...wanneer het wel goed is. Als ik het voorbeeld van mijn eigen bedrijf mag nemen is het nog steeds niet goed genoeg volgens de bezwaarmakers. We doen er alles aan om onze veehouderij zo duurzaam mogelijk te maken, zo maken we gebruik van een houtkachel en zonnepanelen. Deze tezamen zorgen voor een Co² reductie 96500 kg wat overeen komt met de Co² opname van 16 ha bos per jaar. Ook op het gebied van dierwelzijn lopen we erg op de zaken vooruit en doen we meer dan de wetgever verplicht. Voedselveiligheid heeft de hoogste prioriteit en antibioticagebruik minimaliseren we zo ver mogelijk. Tracking en tracing is in de gehele keten geimplementeerd! We produceren dus Co² neutraal, op een zeer diervriendelijke methode en heel erg veilig en transparant. We willen het bedrijf uitbereiden, en nog is het niet goed genoeg. Waneer is het nu eigenlijk goed genoeg?”

Wat vindt u? Doet Klopman inderdaad genoeg? Of moet het nog beter? Zo ja, is dat reëel? Reageren kan hier
 

Landschap

In het thema ‘landschap’ gaat het vooral over de plek waar de intensieve veehouderij wellicht gehuisvest zou mogen worden.
Zo vraagt Balthus zich af waarom megastallen niet op industrieterreinen worden gehuisvest. “Daar is vaak plek genoeg en er is meestal een goede infrastructuur aanwezig. Bereikbaarheid en zo is meestal geen probleem en het buitengebied blijft daardoor van deze industriele gebouwen(megastallen) gespaard.”

Jules Hinsen reageert: “de vraagstelling is interessant omdat hij principieel is. Willen we niet-grondgebonden landbouw op industrieterrein? Dat het kan is duidelijk. Dit vraagstuk speelt bij megastallen intensieve veehouderij maar ook bij de landschappelijk net zo ontsierende glastuinbouw. Bedoelen we met industrieterrein dan de planologische categorie, of een clustering van activiteiten?”

Wat vindt u? Is het een goed idee om de ontwikkeling van de LOG’s door te zetten? De provincie Brabant heeft wel eens uitgerekend dat het concentreren van de veeteelt een ruimtebeslag van 3% zou innemen. Is dat een gewenste of ongewenste ontwikkeling? U kunt hier reageren.