Dilemma's
De verschillende argumenten die in de eerste ronde van deze dialoog door de deelnemers naar voren zijn gebracht, leiden tot verschillende dilemma's. Wij formuleerden er vier.
-
Het woord 'megastal' wordt vaak gekoppeld aan traditionele veehouders. Toch zijn er ook verschillende biologische boeren, die 'boeren' in een megastal. Het dierenwelzijn is in dergelijke stallen beter dan in gemiddelde of kleinere gangbare stallen. Zo is de zogenaamde ronddeelstal voor kippen ook een megastal. Het welzijn van deze kippen is goed geregeld volgens de Dierenbescherming. Er zijn nog maar twee ronddeelstallen in Nederland. Er zijn meer megastallen gebouwd waar op of net boven het wettelijke minimum voor dierenwelzijn wordt geproduceerd. Heeft de schaalvergroting onvoldoende bijgedragen aan verbeteringen?
-
2. Investeren in dierenwelzijn lukt alleen als consumenten bereid zijn meer te betalen
-
Het is nodig dat zowel de supermarkten als producenten hun verantwoordelijkheid nemen als het om dierenwelzijn gaat. In de praktijk is er de afgelopen tijd wel al het nodige bereikt. Zo hebben verschillende supermarktketens samen met de Dierenbescherming en vleesproducenten afspraken gemaakt, die ertoe leiden dat nog dit jaar alleen varkensvlees met één ster van het Beterleven keurmerk in veel supermarkten verkocht zal worden. Dat is een eerste mooie stap in de goede richting. Maar kan Nederland ook de andere (of Duitse of Belgische) supermarktketens en consumenten zover krijgen?
-
3. Dieren moeten hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen
-
Om natuurlijk gedrag te kunnen vertonen, is er -in de regel- meer ruimte per dier nodig. Ook moeten dieren (het liefst) naar buiten kunnen. Tegelijkertijd betekent meer ruimte per dier (bij een zelfde aantal dieren) dat de stallen groter moeten kunnen zijn. Daarnaast leidt deze extra ruimte per dier tot hogere kosten. Bovendien leidt meer ruimte per dier ook tot een hogere milieubelasting. En tot slot is er ook een groter gevaar op uitbreken van dierziekten: kippen die een vrije uitloop hebben, lopen meer risico op besmetting met vogelgriep van in het wild levende vogels. Het investeren in het natuurlijk gedrag van dieren (en een verbetering van het welzijn van dieren) , leidt -aan de andere kant- tot een groter ruimtebeslag, hogere kosten en meer kans op bepaalde dierziekten.
-
4. Hoort de koe in de wei?
-
In de melkveehouderij is eveneens sprake van schaalvergroting en verdere automatisering. Bij grote bedrijven (van bijvoorbeeld 200 melkkoeien of meer) komen de koeien gemiddeld steeds minder buiten. Wordt de melkveehouderij langzaam minder grondgebonden? Gaat de melkveehouderij de kant op van de intensieve kippen- en varkenshouderij? De sector kent veel initiatieven die, ook bij schaalvergroting, de weidegang wil stimuleren. Grote ondernemers laten in de praktijk ook zien dat dat kan. Dergelijke ontwikkelingen zijn echter alleen mogelijk als er ook meer ruimte geboden wordt aan deze ondernemers.