Toekomstbeeld 4: De zorgzame veehouderij

De zorgzame veehouderij houdt zich naast voedselproductie ook bezig met andere (dienstverlenende) activiteiten. Door nieuwe inkomstenbronnen, regels en subsidies ontstaat een relatief kleinschalige – op de omgeving gerichte – veehouderij die nichemarkten bedient. Verbreding vindt plaats op het gebied van landschap, zorg, educatie, recreatie, horeca en streekproducten. De omvang van de Nederlandse veehouderij neemt sterk af.
Kenmerken
- Ondernemen is: maatschappelijk georiënteerd, met ruimte voor idealist & verbreder. Groot deel van de sector bouwt af.
- Dier: veel aandacht voor welzijn, veel minder dieren, zichtbaar (dieren buiten)
- Milieu: regionale kringlopen, minder invoer grondstoffen, lagere milieubelasting totaal, hoger per eenheid product
- Mens: sterkere band boer – burger, (be)leefbaar platteland, veel transparantie, verminderde beheersing voedselveiligheid/zoönosen
- Landschap: nostalgische bedrijven, verschillende verschijningsvormen, landschappelijk ingepast

237 reacties:
Als iedereen iets minder vlees zou eten, kunnen we hiermee prima in onze eigen ( ned) behoefte voldoen en zijn daarin niet afhankelijk van andere landen.
Verdere eisen aan het houden van dieren kosten veel geld, je zult dan ook zien dat de bedrijven de kosten hiervan uit volume gaan halen. Dit is te zien in het verleden.
Daarnaast is bedrijfsuitbreiding nodig om je brood te verdienen, want als boer wil je ook genoeg geld hebt voor je nageslacht, om bijvoorbeeld op vakantie te gaan of iets dergelijks. Om dan nevenpraktijken te gaan doen lijkt me ook niks, omdat daar dan weer zo\'n rompslomp bij komt. Een tevens is het niet zomaar toegestaan om je eigen winkel op te zetten vanwege concurrentievervalsing. Ook is een boer geen verpleegkundige dus daarmee ook niet geschikt om een zorgboerderij op te starten.
Het beste lijkt mij dat men zich in de stof verdiept en eens in de praktijk kijkt. En de ongegronde emoties achterwege laat, ze zijn immers ongegrond.
omdat daar een gezellig natuurwinkeltje is met rondleidingen over het bedrijf in ieder jaargetijde. De mogelijkheid die je als klant hebt tot mede-investeerder. De innovatieve boer heeft heel veel mogelijkheden om de klant aan zich te binden zodat de klant ook zelf de natuur werkelijk leert waarnemen.
Minder dieren = minder mest = afname van bodemvervuiling en van stank.
Minder grote aantallen dieren in stallen betekent gezondere dieren, wat weer leidt tot minder dierziektes en minder behoefte aan antibiotica -het antibioticagebruik in de veeindustrie dat een gevaar is geworden voor de mensen.
Het veevoer op eigen bedrijf of in de omgeving verbouwen geeft werkgelegenheid.
Er wordt altijd gehamerd op de kosten die zo hoog zouden worden als we omschakelen naar meer kleinschaligheid, maar de kosten die we nu met z’n allen betalen wegens mestopslag en –verspreiding, antibiotica e.d., het importeren van veevoer, in voorkomende gevallen het bewaren en van de hand doen van vlees-/zuiveloverschotten, het ruimen van dieren bij epidemieen, enz. , worden ons niet voorgerekend.
Respect voor het leven gaat niet samen met overvloedig vlees. Dat is ook niet noodzakelijk. Nu en dan vlees, met respect voor consumptie verkregen, is voldoende. Natuurlijk hoort daar een conforme prijs bij. Vlees mag wat kosten. Met alle vanzelfsprekendheid is dagelijks veel vlees een verkeerde en ziekelijke gewoonte. Het is nooit gewoon geweest tot de laatste decennia in de westerse wereld. De jongeren onder ons weten echter niet beter. Het is dus zaak ook hier tot bewustzijn te komen. Ik ben bang dat dit moeizaam zal gaan, net zo als stoppen met roken of stoppen met rijden met alcohol op.
De mensen op deze wereld krijgen het over het algemeen steeds beter. Hoe beter men het heeft hoe lekkerder en gezonder men wil eten. Dit gezonde lekkere eten betreft vooral veel vlees en zuivel. Om aan deze wensen te kunnen voldoen zal dit ook geproduceerd moeten kunnen worden. De maatschappij (dan zie ik het even groter dan NL) wil dit immers. Waarom dan hier weer roomser dan de paus worden en de sectoren allemaal beperkende regels op leggen omdat hier 1% van de bevolking op de PvdD stemt?
Mijn stelling is: wanneer men aan de milieuregels kan voldoen hoeven er geen andere beperkende maatregelen te komen qua bedrijfsgrootte. Ondernemers die niet willen groeien maar juist willen verbreden zullen er altijd zijn.
Nostalgische bedrijven zijn er niet meer en die komen er ook niet weer. Wij rijden toch ook allemaal in een moderne auto en niet in een old-timer?